Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BB9763

Datum uitspraak2006-11-09
Datum gepubliceerd2007-12-10
RechtsgebiedBelasting
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Arnhem
ZaaknummersAWB 06/3232 t/m 06/3247 en 06/3329
Statusgepubliceerd


Indicatie

Compromis ter zitting.


Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer Procedurenummer: AWB 06/3232 t/m 06/3247 en 06/3329 Uitspraakdatum: 9 november 2006 Uitspraak als bedoeld in artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [X], wonende te [Z], eiser, en de inspecteur van de Belastingdienst/Rivierenland, kantoor Nijmegen, verweerder. 1. Ontstaan en loop van het geding Verweerder heeft aan eiser voor de jaren 1993 tot en met 2002 navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd. Voorts heeft verweerder aan eiser over de jaren 1994 tot en met 2000 navorderingsaanslagen vermogensbelasting opgelegd. Over de na te vorderen bedragen heeft verweerder bij beschikking boeten opgelegd van 100% (opzet en recidive). Verweerder heeft bij de uitspraken op bezwaar van 20 april 2006 de navorderingsaanslagen en de boetebeschikkingen gehandhaafd. Eiser heeft daartegen bij brief van 30 mei 2006, ontvangen bij de rechtbank op 31 mei 2006, beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. Eiser heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan verweerder. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 oktober 2006 te Arnhem. Eiser is daar in persoon verschenen. Namens verweerder is verschenen [gemachtigde]. 2. Feiten Aan eiser zijn de navolgende navorderingsaanslagen opgelegd: Navorderingsaanslag IB Boete Heffingsrente 1993 F 2.235 F 2.234 F 760 1994 F 860 F 859 F 251 1995 F 2.918 F 2.918 F 786 1996 F 3.361 F 3.361 F 888 1997 F 2.045 F 2.044 F 509 1998 F 739 F 738 F 159 1999 F 7.847 F 7.846 F 1.468 2000 F 3.832 F 3.832 F 577 2001 F 7.559 F 7.559 F 811 2002 € 3.540 (F 7.801) € 3.540 (F 7.801)€ 365 (F 804) Navorderingsaanslag VB Boete Heffingsrente 1994 F 1.665 F 1.665 F 564 1995 F 1.259 F 1.259 F 368 1996 F 1.216 F 1.216 F 326 1997 F 1.920 F 1.920 F 476 1998 F 2.240 F 2.240 F 484 1999 F 2.011 F 2.011 F 374 2000 F 2.130 F 2.130 F 319 3. Geschil In geschil is: - of sprake is van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt; - indien sprake is van een nieuw feit: of de enkelvoudige belasting terecht en naar de juiste bedragen is opgelegd; of de boeten terecht en naar een juist bedrag zijn opgelegd; of de heffingsrente naar het juiste bedrag is opgelegd. 4. Beoordeling van het geschil Partijen zijn ter zitting bij wijze van compromis overeengekomen dat de onderhavige boetebeschikkingen moeten worden verminderd tot 25% (grove schuld, geen recidive). Eiser heeft zich voorts neergelegd bij het standpunt van verweerder dat de enkelvoudige inkomsten- en vermogensbelasting terecht en naar de juiste bedragen zijn opgelegd, met uitzondering van de jaren 2001 en 2002. Verweerder heeft toegezegd de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting over de jaren 2001 en 2002 met f. 4287 respectievelijk € 555 te zullen verminderen. De heffingsrente zal dienovereenkomstig worden verminderd. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep gegrond te worden verklaard. 5. Proceskosten De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat niet is gesteld dat eiser kosten heeft gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen. 6. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt de uitspraken op bezwaar uitsluitend voorzover die zien op de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 2001 en 2002 alsmede de boetebeschikkingen; - vermindert de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 2001 en 2002 met f. 4.287 respectievelijk € 555 en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar; - vermindert de boeten tot 25% en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar; - gelast dat de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) het door eiser betaalde griffierecht van € 38 vergoedt. Deze uitspraak is gedaan op 9 november 2006 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. L.B.M. Klein Tank, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Gankema, griffier. De griffier, De rechter, Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum: - hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem; dan wel - beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag, mits de wederpartij daarmee schriftelijk instemt. N.B. Bij het bestuursorgaan berust de bevoegdheid tot het instellen van beroep in cassatie niet bij de ambtenaar die de procedure voor de rechtbank heeft gevoerd. Bij het instellen van hoger beroep dan wel beroep in cassatie dient het volgende in acht te worden genomen: 1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd; 2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie is ingesteld; d. de gronden van het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie. Bij het instellen van beroep in cassatie dient daarnaast in acht te worden genomen dat bij het beroepschrift een schriftelijke verklaring van de wederpartij wordt gevoegd, inhoudende dat wordt ingestemd met het instellen van beroep in cassatie tegen de uitspraak van de rechtbank.